3.2 Wat gebeurt er als straling het lichaam bereikt?

 

Bij bestraling van mensen met ioniserende straling kan biologische schade ontstaan. Bij zeer grote stralingsblootstellingen kan ernstige stralingsziekte ontstaan of kan de huid rood worden of blaren krijgen (zie voor gedetailleerdere informatie onderdeel 3.5 Wanneer is straling gevaarlijk?). Op de lange termijn kan blootstelling aan straling leiden tot het ontstaan van kanker; des te groter de blootstelling, des te groter de kans. In beide gevallen begint de schade net als bij schade aan materialen met ionisaties aan atomen en het breken en veranderen van moleculen.

 

Het menselijk lichaam bestaat voor het grootste deel uit water. Dat water wordt bijeengehouden in cellen (met een buitenlaagje dat celmembraan wordt genoemd) die in de verschillende organen en weefsels een ander uiterlijk en andere functie hebben. Wat wel overeenkomt in al die soorten cellen is dat ze een celkern hebben waarin het DNA zit, de codedrager van ons lichaam. Net als andere moleculen kan het DNA beschadigen door blootstelling aan ioniserende straling. Gelukkig heeft elke cel in ons lichaam een zeer nauwkeurig DNA reparatiesysteem dat vrijwel alle beschadigingen foutloos herstelt. Met één soort beschadiging is dit wat lastiger: een dubbelstrengsbreuk. Beide ketens van het DNA zijn dan kapot, waardoor ook geen intact negatief meer beschikbaar is op de reparatie op te baseren. Reparatie van dit soort beschadigingen mislukt daardoor vaker. Als de schade erg groot is, zal de cel zich niet meer kunnen delen en sterft deze uiteindelijk. Kleinere schade, bijvoorbeeld een foute letter in de code, zal gewoon meegenomen worden bij een volgende celdeling. We noemen zo’n blijvende fout een mutatie in het DNA. Als dit juist op een kwetsbare plek in het DNA gebeurt, kan zo’n mutatie leiden tot het begin van de ontwikkeling van kanker.

 

<vorige - volgende>